Inhoudelijk concept

Het festivalprogramma bestaat uit drie grote luiken: een aantal concerten in Watou en in de partnersteden, vier hoofdaudities in Watou en meerdere liturgische vieringen. Dit concept maakt het mogelijk om een grote diepgang te brengen in het repertoire, dit alles in diverse interpretatievormen.

De namiddag- en avondconcerten worden alternerend ingevuld met gregoriaans en met prachtige muziekliteratuur ontwikkeld vanuit of geïnspireerd door het gregoriaans. Hier komen zowel het vieux fonds repertoire, de lokale tradities in de gregoriaanse muziekliteratuur, latere ontwikkelingen  als hedendaagse composities aan bod. Ook transversaliteit  of een samenwerking over de grenzen van genres en disciplines heen krijgt hier een plaats. Concreet houdt dit in dat er in de kerk van Watou een tentoonstelling  religieuze kunst wordt georganiseerd, waarbij de programmatie van de inhoud van het betrokken concert onmiddellijk wordt gelinkt aan de tentoongestelde werken.

Voor de vier hoofdaudities krijgt ieder koor een opgelegd programma toegewezen. Zoals in het verleden zal de inhoudelijke muzikale programmatie van deze vier hoofdaudities toevertrouwd worden aan Prof. Dr. Franz Karl Prassl. Hij is docent aan de kunst-universiteit van Graz in Oostenrijk en professor Gregoriaans aan het Pontificaal Instituut voor Gewijde Muziek in Rome.

Gregoriaans is liturgische zang bij uitstek. Het is dan ook vanzelfsprekend dat de gezongen Gregoriaanse liturgie, naast audities en concerten, een van de drie pijlers van het festival vormt. Het gregoriaans repertorium bestaat uit mis- en officiegezangen. Het officie of het getijdengebed kan, voor hen die het niet kennen, vreemd in de oren klinken. Het bestaat in hoofdzaak uit het psalmodiëren of het heilzaam reciteren van psalmen, afgewisseld met het zingen van hymnen. Het festivalprogramma biedt een unieke kennismaking aan met deze gezongen gebedsmomenten die reeds meer dan duizend jaar lang het levensritme in de abdijen bepalen.

Verder wordt er in Watou een workshop georganiseerd met als referent Jaan-Eik Tulve, de artistieke leider en dirigent van Vox Clamantis uit Estland, en staat er op donderdagnamiddag 26 mei een muzikaal intermezzo op het programma. Drie jeugdkoren zijn eveneens actief in andere muziekgenres en bieden hiervan een muzikale degustatie aan. 

Een voorlopige selectie uit de programmatie van de namiddag- en avondconcerten:

  • In 2021 viert de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen haar 500ste verjaardag. Het concert in de kathedraal op maandag 23 mei zal integraal in het teken staan van dit jubileum, met een bloemlezing uit het repertoire van de kerkwijding en van Onze-Lieve-Vrouw: Gregoriaans en vroege meerstemmigheid met een directe band naar het Gregoriaans.
  • Psallentes brengt op dinsdag 24 mei in de Sint-Michiel en Sint-Goedelekathedraal in Brussel het programma ‘In simplicitate’, in samenwerking met de kathedraalorganist Bart Jacobs. Dit concert, dat zijn titel ontleent aan de Missa In simplicitate van Jean Langlais kan als volgt worden omschreven: “Kathedraalorganist Bart Jacobs gaat in dialoog met de zangeressen van het ensemble Psallentes. Zij zijn gespecialiseerd in laatmiddeleeuwse muziek, en putten ondermeer uit Brusselse bronnen voor een programma dat de interactie tussen gregoriaans en orgel exploreert. Naast het aloude en herkenbare gregoriaans weerklinkt dan ook op gregoriaans geïnspireerde orgelmuziek, en ook delen uit de Missa In Simplicitate van Jean Langlais. Het gaat er ’simpel’ aan toe, dat staat in de titel, maar niet in de ietwat idiote en naïeve zin van dat woord, maar in de betekenis die spreekwoordelijk met gregoriaans verbonden is: eenvoudig, sober, en daardoor net krachtig en intens.”
  • Naast de uitvoering van het repertoire uit de oudste handschriften komen tijdens de concerten latere composities, ontwikkeld vanuit het gregoriaans uitvoerig aan bod. Hierbij zal het dubbelconcert door de ensembles  Cantate /Jubilate uit Hongarije en de Schola Antiqua uit Spanje met een alternatimprogramma oude Spaanse polyfonie - Gregoriaans More Hispano een bijzondere aandacht krijgen. Op het programma staan de psalm In exitu Israel (ps.113) van Francisco Guerrero (+1598) en de hymne Vexilla Regis prodeunt van Tomas Luis da Victoria (+1611) op het programma.
  • De orde van de Norbertijnen werd door Sint-Norbertus in 1121 gesticht in Prémontré en viert in 2021 haar 900-jarige bestaan. De norbertijnen hebben sinds hun oprichting hun eigen ritus gehad. Ze hadden hun eigen zang, een eigen misorde en een eigen officie. Op zondag 22 mei is het Festival te gast in de Abdijkerk van Grimbergen. In het kader van dit jubileum zal het volledig programma in het teken staan van het specifieke premonstratenzer repertorium met grote aandacht voor muzikale bronnen uit het Antifonarium Tsgrooten. Het Antifonarium Tsgrooten is een zeldzaam koorboek uit de liturgische traditie van de Norbertijnen, met bijzonder hoog niveau van artistieke uitvoering. Dit koorboek, een 16de-eeuws handschrift, is een getuige van het rijke religieuze muziekleven in de Zuidelijke Nederlanden van de 15de en 16de eeuw. Dit antifonarium is gemaakt in opdracht van abt Antonius Tsgrooten van Tongerlo en haalt een zeldzaam hoog artistiek niveau met zijn initialen, miniaturen en andere vormen van verluchting in Gent-Brugse stijl. Het koorboek werd in 2008 door de Vlaamse Gemeenschap verworven in het kader van het Topstukkendecreet en bevindt zich in de Universiteitsbibliotheek van Gent.
  •  Monastieke schola. De deelname van een monastieke Benedictijnse schola, vertrouwd met het dagelijks liturgisch koorgebed, zal menig festivalbezoeker tot vreugde stemmen. Deze schola wordt specifiek in functie van het festival in het leven geroepen. Meer dan vijftien monniken uit diverse abdijen die bijna allen tot de congregatie van Solesmes behoren zullen aan dit project hun medewerking verlenen (Le Barroux, En Calcat, Fontgombault, Kergonan, La Garde, Ligugé, Maylis, Pluscarden, Quarr, Randol, Saint-Wandrille, Solesmes, Triors en Wisques). De muzikale leiding komt in handen van Dom Xavier Perrin. Hij is sedert 2016 abt van Quarr Abbey, Isle of Wight (UK). Voorheen was hij o.a. prior, koorleider en organist in de Abdij van Kergonan (FR, Bretagne). Het gregoriaans bezit als muzikaal wereldpatrimonium een zeer nauwe band met de Abdij van Solesmes (FR). Een summiere historische schets kan dit wellicht verduidelijken. Het gregoriaans werd in haar ontstaansperiode enkel mondeling doorgegeven, van generatie op generatie. Vanaf de negende eeuw verschenen de eerste notaties in het neumenschrift. In de eeuwen nadien kende het gregoriaans een periode van muzikale bloei gevolgd door muzikale verminking en verval (nivellering van ritmische nuances, afvlakking, ongefundeerde bewerkingen van melodieën …). In Solesmes werden vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw door vergelijkende studies van de belangrijkste en oudste gregoriaanse handschriften, verspreid bewaard in talrijke bibliotheken overal in Europa, de authentieke melodieën van het gregoriaans repertorium hersteld. Deze analyses resulteerden vanaf het begin van vorige eeuw in talrijke officiële uitgaven. Deze waren richtinggevend voor het gregoriaans reveil dat men in talrijke landen kon waarnemen. Na Vaticanum II concilie, vanaf ongeveer 1970, volgden een reeks nieuwe uitgaven van het muzikale repertoire voor mis en officie, overeenstemmend met de besluiten van het concilie. Talrijke gezangen uit het vieux fonds, die sinds eeuwen niet meer werden gezongen, kregen hierin een vaste plaats. Een van de laatste publicaties van dit monnikenwerk was het Graduale Triplex (1979) waarin zowel de melodische als de dynamische expressieve notaties worden weergegeven. Deze publicaties worden tot op vandaag voort gezet.
  • Sanctae Sunnivae uit Trondheim, Noorwegen, en Vox Clamantis uit Tallinn, Estland, voeren de compositie opdracht “Meditaties over het feest van de H. Maria Magdalena in Nidaros” uit. Dit werk van Henrik Ødegaard  is gebaseerd op melodisch materiaal in gebruik in Trondheim in de dertiende eeuw. De transcripties werden gerestitueerd door Eugeen Liven d’Abelardo. In de partituur staat de gregoriaanse kwadraatnotatie naast de moderne notatie: als de mannenstemmen het origineel zingen, dan zingen de vrouwenstemmen de nieuw gecomponeerde muziek, en ook omgekeerd.  Inleiding en slotgedeelte zijn vrij gecomponeerd  voor 4-stemmig dubbelkoor. Inhoudelijk bestaat het oeuvre  uit delen van de laudes en de vespers. De antifonenteksten zijn gebaseerd op het thema van Maria Magdalena en Jezus’ voetwassing in het Lucasevangelie 7, 37-50.
  • Het ensemble Cantabo zal met het zingen van een deel van het officie van de H.Bavo, in transcriptie van Hendrik Vanden Abeele, het publiek toelaten kennis te maken met een gregoriaans repertoire afkomstig uit Vlaanderen.
  • In de kerk van Watou wordt een tentoonstelling over religieuze kunst georganiseerd. Hierbij wordt de inhoud van een concert onmiddellijk gelinkt aan de tentoongestelde werken. Als partner wordt beroep gedaan op Kunst & Antiek H. Pareit uit Izegem die het Festival enkele zeldzame houten Mariabeelden “Sedes Sapientiae”, of “Zetel van Wijsheid” uitleent. Deze houtsnijwerken bezitten een typologie uit de Byzantijnse traditie en genieten vanaf de twaalfde eeuw in het romaanse Spanje een groeiende populariteit. De Maagd wordt voorgesteld als de troon van Jezus, met Jezus frontaal in het midden op haar schoot en in een zegenhouding. De gelaadsexpressie van beiden is zonder emotie. Het gezicht van Jezus bevat enkele kenmerken van een oudere persoon die hem het formele aspect van zijn goddelijke aard geeft, vol wijsheid. Het is een kunst waarbij het interne symbool overheerst boven elke vorm van expressiviteit en uiterlijke schoonheid. In de 13de en later de 14de eeuw verandert het beschreven patroon. Maria verliest gedeeltelijk haar hiërarchisch uitzicht en begint meer natuurlijke kenmerken te vertonen, terwijl het kind zich op de linkerknie van de Maagd bevindt.

Artistiek beleidsplan

Men kan stellen dat het algemene artistieke beleidsplan van het festival, sedert zijn oprichting in 1981, steunt op:

  • organische groei en verworven expertise
  • een weldoordachte politiek van continuïteit, notoriteit en langetermijnvisie
  • voortdurende kwaliteitsverfijning door onder meer het programmeren van befaamde ensembles
  • een sterk internationaal profiel dat de basis vormt voor de creatie van een uniek evenement
  • publieksgerichte, inventieve en frisse programma-invulling
  • samenwerking met partnersteden en culturele actoren waarbij het centrale accent van het festival nauwgezet wordt aangehouden
  • een sterk inhoudelijk concept

Dit laatste punt is van bijzonder belang. Na dertien edities zou de verleiding kunnen bestaan om vanuit organisatorisch en promotioneel oogpunt gemakkelijkere paden te bewandelen door het thema minder nauwgezet in te vullen en andere vormen van religieuze muziek te programmeren. Hierbij kan worden gedacht aan orthodoxe muziek of polyfonie. Dit wordt doelbewust niet gedaan omdat er in eigen land en erbuiten reeds meerdere dergelijke hoogstaande manifestaties bestaan waar er een breed aanbod wordt geprogrammeerd. We willen het unieke karakter van Watou bewaren, wat het mogelijk maakt om grote diepgang te brengen in het gregoriaanse repertoire via diverse audities en concerten, dit alles in diverse interpretatievormen.